Synthese Leren Sarah Persoon

Mijn artikel is een hoofdstuk van een boek. Het hoofdstuk heet leren. Leren is één van de meest essentiële onderdelen van het menszijn. Het is te beschouwen als informatieverwerker. De mens is constant bezig met informatie te verwerken. Daarom is leren van levensbelang.

De functie van leren is het mogelijk maken van aanpassing aan veranderende omstandigheden, dit bewijst ook dat we niet zonder leren kunnen. De mens is een fysiek relatief zwak wezen, daarom moeten we het hebben van ons aanpassingsvermogen. En dit is vooral belangrijk bij de zieken.

Een ziekte hebben is een inbreuk op het normale leefpatroon, je voelt je beroerd, je functioneert slechter en soms moet je thuis blijven of opgenomen worden in het ziekenhuis. Dit zijn allemaal veranderingen die vragen om aanpassing. Hier moeten we dus beroep doen op ons leervermogen.

Ook dokters moeten zich aanpassen. Daarom moeten ze ook dingen leren. Vooral de emotionele vaardigheden moeten ze hebben. Dit is bijvoorbeeld herkennen van emoties bij patiënten. Ook moeten ze cognitieve taken vervullen, zoals diagnostiek verrichten. Nieuwe motorische taken moeten zij ook leren, bijvoorbeeld opereren. En als laatste zijn ook de sociale vaardigheden belangrijk om te kunnen samenwerken met collega’s en dergelijke.

Mensen krijgen voortdurend te maken met prikkels. Prikkels zijn een soort continue informatiestroom die moeten verwerkt worden. Wij selecteren zelf aan welke prikkels we aandacht willen geven. Hierbij zijn twee snelle reacties belangrijk. De oriëntatiereactie neemt informatie op en de defensieve reactie ziet het gevaar en zorgt ervoor dat we vluchten. Deze reacties zijn beide een antwoord op de buitenwereld.

We krijgen te maken met leren als herhaaldelijk dezelfde gebeurtenissen voorkomen. Er kan dan habituatie of gewenning ontstaan. Dit is het uitdoven van een reactie op een prikkel. Er kan ook sensitisatie ontstaan. Dit is het gevoeliger worden voor een prikkel.
Nieuwe prikkels, bv: bezoek aan de huisarts, ziekte krijgen,.. , kunnen leiden tot die defensieve of oriëntatiereacties. Procedurele informatie kan de adaptatie bevorderen en de defensieve reacties vermijden. De gevoeligheid voor prikkels verschilt natuurlijk van mens tot mens, dit kan op basis van genetische factoren maar ook door vroegere of latere ervaringen. De eerste twee levensjaren zijn van doorslaggevende betekenis voor de manier waarop we op prikkels reageren.

Oorspronkelijk verwezen habituatie, sensitisatie, oriëntatiereactie en afweerreactie naar de fysiologische verwerking in het zenuwstelsel van de zintuigelijke prikkels. Maar deze leerprocessen spelen ook bij andere vormen van leren een rol. Bv bij het bewust of onbewust betekenis geven aan een prikkel.

Klassieke conditionering is het ontstaan van een koppeling tussen een nieuwe prikkel en een bestaand gedragspatroon. Als de nieuwe prikkel wordt aangeboden zal de reactie automatisch volgen. Het is dus een gedragsverandering door het gevolg van een associatie tussen de stimuli en de responsen. Bijvoorbeeld al misselijk worden voor men een echo kreeg. Dit gebeurt in drie stappen. Eerst wordt een natuurlijke respons gekoppeld aan een natuurlijke stimulus. Daarna wordt die natuurlijke stimulus enkele keren tegelijkertijd aangeboden met een neutrale stimulus. En tot slot zal enkel de neutrale stimulus aangeboden worden. Deze zal nu hetzelfde gedrag oproepen als bij de natuurlijke stimulus.

Er bestaat ook uitdoving van de reactie, dit gebeurt als de associatie van respons met stimulus vermindert en daarna verdwijnt. Maar als later de associatie terug komt dan zal de respons spontaan zijn. Stimulusgeneralisatie is dat de reactie ook voor komt bij dingen die op de stimulus gelijken, bijvoorbeeld een geur. Het omgekeerde is stimulusdiscriminatie. Dit wil zeggen dat de reactie enkel voorkomt bij de specifieke stimulus.

In de praktijk is het belangrijk om inzicht te hebben over hoe bepaalde procedures kunnen leiden tot zo’n reactie. Daarom kan variatie in een situatie wel zinvol zijn.
Operante conditionering is een vorm van leren waarbij gedrag wordt aangeleerd op basis van de gevolgen die dat gedrag heeft. Skinner onderzocht de relatie met het gedrag en de gevolgen ervan. Dit noemde hij reinforcement, wat betekent beloning of bekrachtiging. Er is altijd een reden waarom we een bepaald gedrag doen of niet doen, en deze reden verwijst naar de gevolgen van het gedrag. Er kunnen aangename of onaangename gevolgen zijn. Aangename gevolgen kunnen positief of negatief zijn, deze noemen we bekrachtigers. De onaangename gevolgen kunnen ook positief of negatief zijn en deze noemen we straf. Een positieve bekrachtiging is een beloning, een negatieve is het wegnemen van een negatief gevolg. Een positieve straf heeft een negatief gevolg en een negatieve straf is het wegnemen van een positief gevolg.

Partiële bekrachtiging is het af en toe bekrachtigen van een respons op basis van een bepaalde verhouding of tijdsperiode. Het generaliseren ervan is dat het gedrag plaatsvindt in een situatie die er op lijkt en dus niet helemaal hetzelfde is. Het discrimineren wil zeggen dat de situatie heel sterk moet lijken op de oorspronkelijke, dat ze bijna gelijk moet zijn.

Cognitief leren heeft betrekking op de rol van aandacht, selectie, anticipatie en reflectie bij de reacties op en verwerking van prikkels. Er is een toenemende diversiteit aan prikkels, aandachtsprocessen, geheugenprocessen en sociale processen zijn van groter belang bij leren en aanpassing.

Cognitieve componenten kunnen een bepalende rol hebben in gedragsveranderingensprocessen. De cognities krijgen een intermediërende rol in de keten stimulus-respons-consequentie. Verwachtingen over wat de consequenties van bepaald gedrag kunnen zijn, zijn zo vatbaar voor bekrachtiging en conditionering als het gedrag zelf noemen we geanticipeerde consequenties. Bij het krijgen van een compliment hangt het effect ervan ook af van hoe je de gever waardeert. Beloningen hebben meestal een cognitieve betekenis.

Inzicht is het doorzien van een situatie, dit wil zeggen dat er verbanden gelegd kunnen worden tussen prikkels, reactiemogelijkheden en uitkomsten van reacties. We kunnen dus ons gedrag veranderen op basis van veranderende inzichten.

Zelfreflectie is een evaluatie van de resultaten van je eigen gedragen in een specifieke leersituatie en de stappen die tot deze uitkomst hebben geleid. Het is ook bewust worden van je doelen die je gesteld hebt, en of je die hebt bereikt.

De conclusie van het hoofdstuk is dat de mens een functioneel systeem is en problemen moet oplossen. Leren is veranderen. Als we dit niet voldoende kunnen dan kan dit aanleiding geven tot psychische problemen.

Sarah Persoon
1BaTP Bc