Hannelore Meeuw

Moeilijke woorden

1. Agency = capaciteit voor de mens om keuzes te maken en keuzes te leggen die op de wereldmarkt

2. Appendix = aanhangsel of toevoegsel van een boek

3. Aversie = afkeer, tegenzin, walging

4. Coping strategie = sterk reageren op bepaalde situaties in een bepaalde vorm

5. Dichotoom = tweeledig

6. Melatonine = een stof die het dag-nacht ritme regelt

7. Modus operandi = de werkwijze van een individueel of van een groep personen

8. Neurotransmitters = Chemische stof als overbrenger van de zenuwprikkel.

9. Pre-adolescenten = periode van kinderen juist voor de pubertijd, tussen de leeftijd van 11-13 jaar

10. Strain = een chemische stress van een molecuul. De effecten van spanning op een verbinding kan worden gemeten met behulp van dynamische mechanische analyse.