Kyra Olivier

actoreffect: vergelijken van invloed gedrag persoon op andere personen uit de omgeving
bidirectioneel: aanduiding dat er berichtenverkeer, beweging of actie in twee richtingen mogelijk is
chikwadraattoets: gebruikt in de statistiek om te zien of waargenomen aantallen systematisch afwijken van verwachte aantallen en om te zien of er een verband bestaat tussen twee variabelen
Coercion model: het dwang Model van antisociaal gedrag: generalisatie naar 5-jaar oude kinderen en hun ouders(uitgevonden door Patterson in 1981)
dyadische relatie: ouder-kind relatie met wederkerige uitwisseling tussen interacterende partners
externaliserende gedragsproblemen: naar buiten, op anderen, gerichte gedragsproblemen zoals ongehoorzaamheid, agressiviteit, vernielzucht, driftbuien
focusadolescent:adolescent die in eerst instantie benaderd is voor het onderzoek via scholen.Later zijn ook de andere gezinsleden bij het onderzoek betrokken.
gezinseffect: een effect dat de kenmerken van het ‘gemiddelde’ gezinslid of de kenmerken van het gezin als groep reflecteert.
latent: verborgen, nog niet zichtbaar of waarneembaar
partnereffect: verwijzen naar de manieren waarop een echtgenoot of partner consensuele invloed op het leven van hun belangrijke andere.Meer specifiek, het effect dat een partner op een andere carrière en de algehele beroepsstatus heeft.
relatie – effect: verwijst naar de unieke aanpassing van twee personen binnen een bepaalde dyade binnen het gezin,en is dus een kenmerk van een specifieke relatie.
Round robin design: een interlaboratoriumonderzoek (meting, analyse, of experiment) uitgevoerd onafhankelijk van elkaar meerdere malen
SRM – model: Social – Relation Model. Een model waar actor -, partner- en relatie – effecten en het gezinseffect gespecifieerd worden als latent variabelen in een confirmerende factoranalyse.
symptomatisch kind: een kind dat ofwel internaliserend dan wel externaliserende problemen had.